Kleurrijk.
Deze schijnpluimpjes zijn al ver op hun retour maar niet minder mooi. Elk zijn ze ongeveer 7-8 mm hoog. Je moet het maar treffen!
Deze schijnpluimpjes zijn al ver op hun retour maar niet minder mooi. Elk zijn ze ongeveer 7-8 mm hoog. Je moet het maar treffen!
Wanneer het flink heeft geregend loop ik altijd de oude rottende boomstammen, die op de grond liggen en flink door de zwarte spechten onder handen zijn genomen na. Dit keer werd ik verrast door deze mooie soort met zijn prachtige kleur. Wel even gecontroleerd met een loep want met het blote oog zijn ze bijna niet te zien. De gehele foto is nog geen 15mm. breed.
Tijdens het warme weer van de laatste dagen kreeg ik elke dag wel een Sperwer op bezoek. Gistermiddag zelfs twee juveniele en deze mooie man. Een paar jaar geleden zelfs zes op een middag waarvan vijf verschillende individuen. Het was toen een komen en gaan.
Het was een moeilijk karweitje om ze op ooghoogte te kunnen fotograferen. Dit keer iets kleiner in beeld gezet. Toeval was dat er een glanzend en de ander mat was. De foto komt zo uit de camera.
In de periode van droogte in 2018 kreeg ik veel soorten op bezoek bij het water, waaronder ook Zwarte Spechten. Tapte elke dag vers en koel water bij. In de omtrek was heel weinig water voor handen dus ik was spekkoper. Het was zweten in mijn onderkomen want de temperatuur was geregeld 38 graden en hoger. Onder de Lariksbomen lag de bodem bezaaid met appeltjes die spontaan en mede door de vogels omlaag kwamen.
Meestal hoor ik hun mooie deuntjes al. Je moet een beetje geluk hebben waar ze landen om wat te drinken. Je krijgt maar heel even de tijd om ze te fotograferen want naar drie, vier tellen zitten ze weer hoog in de bomen. Hier zat mijnheer Sijs mooi in het licht.
Deze drie Draadwatjes groeiden in een gaatje van 7mm breed in een Berk, die al heel wat jaren geleden het loodje had gelegd. Toen ik door de zoeker keek zag ik pas de ijsvorming. Het bijzondere is dat de drie Draadwatjes geen last hadden van de ijsvorming.
Al wat jaren geleden tijdens een strenge winter heb ik een mooie serie kunnen maken van de Dodaars. Zij foerageerden in een groot wak achter een vistrap. Gelegen op het ijs, op een oud tuinkussen, achter een stuk rietkraag kon ik ze op ooghoogte en op gepaste afstand gadeslaan en fotograferen.
Zo af en toe wanneer het weer het toelaat struin ik graag de bossen door op zoek naar klein spul. Nadat ik iets heb gevonden kost het me wel wat tijd om er iets van te maken. Dit gele stukje Myxomyceet dat op een kletsnatte tak groeide is niet groter dan 1,5 cm. Kan er helaas geen naam aanplakken.
Gevonden in een vergaande boomstam. Het stukje natte hout verplaatst om er enigszins nog iets van te maken. De schimmel en de Ascomyceet waar het opgroeit is 1cm x 1cm. De foto is geplaatst op het forum Observasion org voor de juiste benaming. Op een vergelijkbare foto zou het gaan om de ongeslachtelijke fase van een schimmel ( Anamorph ) die bij Ascomyceten voorkomt. De schimmel blijkt te zijn ingedeeld in het geslacht Acremonium.
Soms krijg je zomaar bezoek van een Havik. Na het badderen gaf de juveniel mij netjes de gelegenheid om er een portretje van te maken. De blik spreekt boekdelen.
Had het beging stadium al waargenomen toen het nog witte bolletjes waren. Twee dagen later zag het er zo uit. De langwerpige gebundelde vruchtlichamen staan op flinterdunne steeltjes. Wind of regen kan de krommingen hebben veroorzaakt. Voor zekere determinatie moet eigenlijk microscopisch onderzoek worden verricht.